BRIGITTE VAN HOUT

‘Monitor draagt bij aan tijdig organiseren soepele overgang’

“Coördineren en initiëren van samenwerking in de regio, dat is eigenlijk het belangrijkste deel van mijn werk. Want juist door die samenwerking kunnen we voortijdige schooluitvallers en jongeren in een kwetsbare positie de begeleiding geven die ze nodig hebben. En samen kunnen we dat tijdig organiseren als we onze registratie en monitoring goed op orde hebben.”

Coördinator Brigitte van Hout van RMC-regio Zuidoost-Brabant vindt cijfers slechts tot op zekere hoogte interessant, hoewel ‘een sluitende registratie en melding’ van jongeren tot 23 jaar een van de kerntaken van het RMC is. Maar dat de medewerkers van RMC, scholen, (werk)bedrijven en zorgorganisaties samen met die meldingen aan de slag gaan, is voor haar het allerbelangrijkst.

“We hebben nu een monitor voor het volgen van jongeren in een kwetsbare positie. Dankzij die monitor weten we nu al een half jaar van tevoren: Pietje of Marietje of Mohammed zitten eraan te komen. En of ze op zoek  zijn naar werk of dagbesteding of zich nog kunnen doorontwikkelen in een opleiding. In maart hadden we 2.000 jongeren in heel Zuidoost-Brabant in die database zitten en daarvan kwam er tot mijn verbazing zo’n 10% – dus 200 jongeren – in aanmerking voor dagbesteding. Dat is een gemêleerde groep: jongeren die moeilijk kunnen leren, jongeren met gedragsproblemen of jongeren met een lichamelijke beperking. Daar moeten dan heel veel verschillende plekken voor geregeld worden. Nu kunnen we een half jaar van tevoren met die jongeren en hun ouders in gesprek gaan om een plek te zoeken en te organiseren dat de begeleiding klaarstaat.”

Vliegwiel

Bij die gesprekken zijn iemand van de school, een RMC-loopbaanbegeleider en mensen van (werk)bedrijf of een indicatiesteller voor zorg betrokken. “Zo vormt de monitor een vliegwiel voor samenwerking tussen alle partijen in de regio”, aldus Brigitte van Hout. En dat kan ook leiden tot creatieve oplossingen. Zo werd een jongere door een school aangemeld voor een stageplek bij een zorgorganisatie, maar was extra begeleiding op de werkplek vereist. “Het ging een leerling van wie verwacht werd dat hij in de toekomst zelfstandig werk zou kunnen uitvoeren, maar die op de weg erheen nog wel veel extra begeleiding nodig had. We hebben toen een indicatie ‘dagbesteding’ geregeld waardoor de extra begeleiding op de stageplek mogelijk werd. Dat is een constructie waar een gemeente niet zomaar in meegaat, want zolang een jongere op school zit, dient de school de begeleiding te verzorgen. Nu is er op een andere manier naar gekeken. Als je dit als dagbesteding goed inregelt, kan de jongere zich ontwikkelen en kan dagbesteding na een jaar zomaar werk worden. Dat is een soort voor-investering. De gemeenten heeft er op termijn voordeel van, want de jongere komt niet in een uitkeringssituatie terecht. De jongere kan bovendien zelf geld verdienen en de ouders kunnen trots zijn. Dat is dus echt een win-winsituatie die je kunt bereiken als je het gesprek daarover op tijd met elkaar kunt voeren.” Schotten in de regelgeving kunnen op deze manier geslecht worden, hoopt Van Hout. “Er zijn echt nog te veel schotten, tussen de arbeidsmarktregio’s, tussen de verschillende gemeenten, tussen scholen en jeugdzorg, dat maakt het er allemaal niet makkelijker op.”

Preventief

Tijdig het gesprek aangaan is het devies van Brigitte van Hout. “Leerlingbesprekingen op school, loopbaangesprekken richting arbeidsmarkt, dat draagt er allemaal aan bij dat een geschikte plek voor de leerling klaarstaat als die de school verlaat. Dat kan in het bedrijfsleven zijn, of bij een werkbedrijf als Ergon, Senzer, WSD of KempenPlus of bij een zorgaanbieder, maar in al die gevallen geldt: tijdig overleg maakt de overgang veel soepeler. Het systeem en de monitoring helpen ons om dat te organiseren, maar samenwerking en het gesprek staan voorop.”

De samenwerking van regio Zuidoost-Brabant in het programma ‘Naar de Juiste Plek’ werpt dan ook vruchten af. De voortijdige uitval ligt iets onder het landelijk gemiddelde (1,66% tegenover 1,72% landelijk). Toch praat je over tussen 900 en 1000 leerlingen per jaar. “Dat blijft hoe dan ook een grote groep. Ik zie nu nog geen effect van corona, maar ik hou mijn hart wel een beetje vast. Er zijn nu waarschijnlijk wel jongeren die toch naar een andere opleiding zouden willen overstappen of willen gaan werken, maar daar in deze tijd van onderwijs-op-afstand voor terugschrikken.”

Dus werk aan de winkel blijft er voorlopig voldoende. “Waar we als regio trots op mogen zijn”, besluit Van Hout, “is de fase van registratie tot en met uitstroom. Daarin lopen we echt voorop. Waar we nog heel hard aan mogen werken, is de fase erna. Wie houdt de jongeren nog in de gaten als zij zijn uitgeschreven van school, aan het werk zijn gegaan en daarna onverhoopt toch weer uitvallen. Daarvoor moeten we een signaalfunctie inbouwen in het systeem, dat is de fase waar we nu in zitten.”

Meer informatie over RMC Zuidoost-Brabant

Brigitte van Hout

BRIGITTE VAN HOUT
Coördinator
Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC)
Regio Zuidoost-Brabant
b.van.hout@eindhoven.nl